DE FLITSEN
Het vijfde geval
Dit betreft mijn broeder Hakkı. Aangezien hij nu niet hier aanwezig is, zal ik — zoals ik ook Hulūsi vertegenwoordig — in zijn plaats spreken.
Toen Hakkı Efendi zijn taak als leerling naar behoren vervulde, werd er een zedeloze districtsgouverneur aangesteld. Om te voorkomen dat zowel zijn leermeester als hijzelf schade zouden lijden, verborg hij hetgeen hij had geschreven. Tijdelijk legde hij de dienst aan de Risale-i Nur neer. Plotseling werd er, als een barmhartige tuchtiging, een rechtszaak tegen hem aangespannen waardoor hij verplicht dreigde te worden duizend lira te betalen. Een jaar lang bleef hij onder die dreiging, totdat hij hierheen kwam en wij elkaar ontmoetten. Bij zijn terugkeer hervatte hij de dienst aan de Koran en zijn taak als leerling. De uitwerking van die barmhartige tuchtiging werd opgeheven en hij werd vrijgesproken.
Daarna werd onder de leerlingen van de Koran een taak verdeeld om de Koran opnieuw over te schrijven op een wijze waarbij de tewāfukātHandelingen die, met de wil en kracht van Allah, op een subtiele, aangename en gracieuze manier met elkaar samenvallen. zichtbaar worden. Ook Hakkı Efendi kreeg daarin een aandeel. Waarlijk, hij nam zijn taak ter harte en schreef een djuzʾ op fraaie wijze over. Maar vanwege de noodzaak van zijn levensonderhoud zag hij zich genoodzaakt om in het geheim als procesgemachtigde te werken.
Plotseling ontving hij opnieuw een barmhartige tuchtiging. De vinger waarmee hij schreef, werd tijdelijk gebroken. Daarmee werd hem te verstaan gegeven dat het met deze vinger niet mogelijk zou zijn zowel als procesgemachtigde op te treden als de Koran te schrijven. Omdat wij niet wisten dat hij zich had ingelaten met het optreden als procesgemachtigde, verwonderden wij ons over wat er met zijn vinger was gebeurd. Later werd duidelijk dat de heilige en zuivere dienst aan de Koran niet wil dat de uiterst reine vingers die aan haar toebehoren met ander werk worden belast.
Hoe dan ook, mijn broeder Hulūsi beschouwde ik als mijzelf en sprak ik in zijn plaats, zoals in het derde geval; mijn broeder Hakkı is geheel zoals hij. Indien hij mijn plaatsvervanging niet aanvaardt, kan hij zijn eigen tuchtiging zelf beschrijven.
Het zesde geval
Dit betreft mijn broeder Bekir. Aangezien hij hier nu niet aanwezig is, zal ik — zoals ik ook mijn broeder Abdülmecid vertegenwoordig — op grond van mijn vertrouwen in zijn betrouwbaarheid en oprechtheid, en steunend op het oordeel en de kennis van mijn andere oprechte vrienden, zoals de uit Damascus afkomstige Hafız en Süleyman, het volgende zeggen:
Bekir Efendi liet het Tiende Woord drukken. Wij hadden hem ook het Vijfentwintigste Woord, betreffende de wonderbaarlijkheid van de Koran, toegezonden om het te laten drukken voordat de nieuwe letters werden ingevoerd. Wij schreven hem dat wij, zoals wij de drukkosten van het Tiende Woord hadden gestuurd, ook de kosten hiervoor zouden toezenden.
Bekir Efendi dacht echter aan mijn armoedige toestand en overwoog dat de drukkosten ongeveer vierhonderd bankbiljetten bedroegen. Zijn eigen ziel misleidde hem met de gedachte dat, als hij het uit eigen zak zou betalen, de hodja daar misschien niet mee zou instemmen. Daarom werd het niet gedrukt, wat aanzienlijke schade toebracht aan de dienst aan de Koran.
Twee maanden later viel negenhonderd lira in handen van dieven. Hij ontving een barmhartige, maar strenge tuchtiging. InshāAllāhBij de wil van Allah; deze uitdrukking wordt uitgesproken als een smeekbede voor een gebeurtenis die wij van Allah wensen te laten gebeuren heeft die verloren negenhonderd lira de waarde van liefdadigheid gekregen.