DE FLITSEN

• ten vijfde: zij omvat zeventig eenvoudige en elementaire bestanddelen die de basis vormen van het leven, evenals de bekende zeven universele categorieën van elementen die worden aangeduid als de “zeven lagen”;

 

• ten zesde: samen met de vier elementen — water, lucht, vuur en aarde — vormen de drie rijken van de schepping, namelijk de mineralen, de planten en de dieren, gezamenlijk zeven categorieën, die bekendstaan als de “zeven lagen”;

 

• ten zevende: volgens de getuigenis van talrijke mensen van geestelijke onthulling (ehl-i kashf) en mensen van innerlijke aanschouwing (ehl-i shuhūd), is de aarde de verblijfplaats en wereld van verschillende bewuste en levende wezens, zoals de djinn en andere schepselen, en bezit zij in dat opzicht zeven werelden;

 

• en ten achtste: als aanduiding van het bestaan van zeven andere aardachtige werelden die verblijfplaatsen voor leven zijn — dat wil zeggen, als aanwijzing naar zeven aardbollen — bezit ook de aarde zeven lagen.

 

De achtste betekenis — die als laatste werd genoemd — vormt echter een afzonderlijke aanwijzing vanuit een ander gezichtspunt en valt niet onder die zeven. Hieruit blijkt dat de aarde op zeven wijzen en in zeven betekenissen zeven lagen bezit.

 

Ten derde: aangezien de Absolute Alwijze geen verspilling kent en niets zinloos schept; en aangezien het bestaan van de schepselen gericht is op bewuste wezens, en zij hun volmaaktheid door bewuste wezens bereiken, door hen tot leven en bezieling komen en door hen worden bevrijd van zinloosheid; en aangezien zichtbaar is dat die Absolute Alwijze, die Qadīr-i zul-Djelāl, het element lucht, de wereld van het water en de aardlaag heeft bezield en verlevendigd met ontelbare levende wezens; en aangezien, zoals lucht en water de beweging van dieren niet verhinderen, ook dichte en massieve materie, zoals aarde en steen, de doorgang van subtiele krachten zoals elektriciteit en röntgenstralen niet belemmert; dan is het zeker dat die Hakim-i zul-Kemāl, die Sāni-i Bī-Zawāl, vanaf het middelpunt van onze aardbol tot aan haar buitenste korst — die onze verblijfplaats en ons centrum vormt — de zeven onderling verbonden universele lagen, hun uitgestrekte gebieden, werelden en ruimten, niet leeg en onbewoond heeft gelaten.

 

Integendeel, Hij heeft deze werelden bezield en bewuste schepselen geschapen die geschikt en passend zijn voor hun bewoning, en Hij heeft hen daar gevestigd. Aangezien deze bewuste schepselen behoren tot de soorten van de engelen en tot de categorieën van geestelijke wezens, is zelfs de meest dichte en harde laag voor hen als de zee voor een vis en als de lucht voor een vogel.

 

Zelfs het ontzagwekkende vuur in het middelpunt van de aarde is, in verhouding tot hen, als de warmte van de zon voor ons. Omdat deze bewuste geestelijke wezens uit licht zijn geschapen, wordt vuur voor hen als licht.


 

Ten vierde:

 

In de Achttiende Brief wordt, met betrekking tot de wonderlijke eigenschappen van de aardlagen, een vergelijking uiteengezet ter verduidelijking van de beschrijvingen van ehl-i kashf, die het verstand te boven lijken te gaan. De samenvatting daarvan is als volgt:

 

De aardbol is in de zichtbare wereld (ālem-i shehāda) als een zaad; maar in ālem-i misāl en ālem-i berzakh heeft zij de gestalte van een enorme boom, waarvan de grootsheid reikt tot aan de hemelen.

 

Dat de mensen van geestelijke onthulling (ehl-i kashf) de laag van de aarde die bestemd is voor de ifrīten waarnemen als een afstand van duizend jaar, behoort daarom niet tot de fysieke aardbol in de zichtbare wereld, maar tot de manifestaties van haar vertakkingen en lagen in ālem-i misāl.

 

Aangezien zelfs één ogenschijnlijk onbeduidende laag van de aardbol zulke immense manifestaties heeft in een andere wereld, kan er met zekerheid worden gezegd dat de aarde uit zeven lagen bestaat, overeenkomstig de zeven hemelen. En om op deze waarheden te wijzen, tonen de verzen van de Koran — op beknopte en wonderbaarlijk welsprekende wijze — dat deze kleine aarde overeenkomt met de zeven lagen van de hemelen.