DE FLITSEN

 

 

DE ZESTIENDE FLITS

 

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَاِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلاَّ يُسَبِّحُ بِحَمْدِهِ

اَلسَّلاَمُ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَةُ اللّٰهِ وَبَرَكَاتُهُ

 

Mijn eerbiedwaardige en trouwe broeders Hodja Sabri, Hafiz Ali, Mesud, Mustafa’s, Hüsrev, Refet, Bekir, Rüştü, Lütfi’s, Hafiz Ahmed, Shaykh Mustafa en anderen.

 

In mijn hart voelde ik de aandrang om jullie, ter toelichting, vier kleine kwesties die nieuwsgierigheid hebben gewekt en aanleiding tot vragen zijn geweest, in beknopte vorm uiteen te zetten.

 


De Eerste Vraag
 

Sommige mensen, zoals Çaprazzâde Abdullah Efendi, hebben — op basis van berichten van ehl-i kashf — aangekondigd dat er in de afgelopen Ramadan voor ehl-i soenna wel-djemāa een verlichting en overwinning zou komen. Toch is dit niet gebeurd. Daarom vroegen zij mij waarom zulke mensen van welāya en keshf iets verkondigen dat in strijd lijkt te zijn met de werkelijkheid.

 

Ik antwoordde daarop onmiddellijk, bij wijze van ingeving. De beknopte samenvatting van mijn antwoord luidt als volgt:

 

In een overlevering wordt gezegd:

 

Soms daalt een beproeving neer; de liefdadigheid treedt haar tegemoet en wendt haar af.

 

Het geheim van deze overlevering wijst erop dat een voorbeschikte gebeurtenis soms niet intreedt. Dat wil zeggen dat de bepaling waarvan ehl-i kashf kennis nemen niet absoluut is, maar aan bepaalde voorwaarden gebonden; en wanneer die voorwaarden niet vervuld worden, blijft ook de gebeurtenis uit.

 

Die gebeurtenis is echter — zoals een voorwaardelijke levensduur — opgeschreven in de Lewh-i Mahw wa Isbāt, die als het ware een afzonderlijk register vormt binnen de Lewh-i Ezèlī. Slechts zelden reikt geestelijke onthulling (keshf) tot aan de Lewh-i Ezèlī; meestal reikt zij daar niet toe.

 

Op grond van dit geheim zijn de berichten — hetzij op basis van istihrādj, hetzij als een vorm van keshf — waarvan de vervulling in de afgelopen gezegende Ramadan, tijdens het Offerfeest of op andere momenten werd verwacht, niet uitgekomen, omdat de daaraan verbonden voorwaarden niet zijn vervuld. Dit betekent echter niet dat degenen die deze berichten gaven ongelijk hadden; want het was wel voorbeschikt, maar zonder de vervulling van de voorwaarde trad het niet in werking.

 

Inderdaad, het opheffen van de bidʿa’s in de gezegende Ramadan was afhankelijk van de oprechte en massale smeekbeden van ehl-i soenna wel-djemāa; dat was een belangrijke voorwaarde en oorzaak. Maar helaas drongen de bidʿa’s in de Ramadan de moskeeën binnen, waardoor zij een belemmering vormden voor de aanvaarding van de smeekbeden en de verlichting uitbleef.

 

Zoals, overeenkomstig het geheim van de eerder genoemde overlevering, de liefdadigheid een beproeving afwendt, zo trekt ook de oprechte smeekbede van de meerderheid een algemene verlichting aan. Omdat deze aantrekkingskracht niet tot stand kwam, werd ook de overwinning niet geschonken.