DE FLITSEN

Met het woord

وَالشُّهَدَاۤءِ

bericht zij over het martelaarschap van drie van de rechtgeleide kaliefen. En na de Siddīq zullen er drie kaliefen zijn die martelaar zullen worden. Want het woord شُّهَدَاۤءِ staat in het meervoud, en het minimumaantal van een meervoud is drie.

 

Dit betekent dat Omar, Othman en Ali (radiyallāhu ʿanhum) na as-Siddīq (ra) het leiderschap van de islamitische gemeenschap zouden overnemen en als shehīd zouden sterven. Deze berichtgeving aangaande de ghayb heeft zich inderdaad voltrokken.

 

Met de vermelding وَالصَّالِحِينَ bericht zij tevens dat er in de toekomst grote aantallen rechtschapenen zullen zijn, die — zoals de mensen van de Suffa, die in de Thora worden geprezen om hun gehoorzaamheid en aanbidding — uitmunten in godsvrees en aanbidding.

 

En de zin وَحَسُنَ اُولٰۤئِكَ رَفِيقًا prijst de tābiʿīn, die de sahaba volgen in kennis en daden, en toont de voortreffelijkheid van het vergezellen van deze vier groepen op de weg naar de eeuwigheid. Bovendien verwijst zij, in haar aanwijzende betekenis en volgens het geheim dat in de wetenschap van de balāgha mustatbaʿāt al-tarākīb wordt genoemd, naar de vijfde kalief bij naam, Hasan (r.a). Zij toont daarmee de grote betekenis van zijn korte kalifaat, dat slechts enkele maanden duurde en waarvan de geldigheid wordt bevestigd door de profetische uitspraak

اِنَّ الْخِلاَفَةَ بَعْدِى ثَلاَثُونَ سَنَةً.

Immers, hij verzoende op wonderbaarlijke wijze twee grote islamitische groepen en beëindigde hun conflict, en bevestigde daarmee de profetische berichtgeving aangaande de ghayb

— اِبْنِى حَسَنٌ هٰذَا سَيِّدٌ سَيُصْلِحُ اللّٰهُ بِهِ بَيْنَ فِئَتَيْنِ عَظِيمَتَيْنِ.

 

Zoals deze genoemde aanwijzende berichten, zijn er nog vele andere geheimen. Omdat dit buiten het onderwerp valt, wordt deze deur voorlopig niet verder geopend.

 

Er zijn vele verzen in de Koran, en elk vers bevat op verschillende wijzen berichtgeving aangaande de ghayb. Zulke vormen van ghayb-berichtgeving in de Koran zijn talrijk en lopen in de duizenden.

 

رَبَّنَا لاَ تُؤَاخِذْنَاۤ اِنْ نَسِينَاۤ اَوْ اَخْطَاْنَا

 

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ