DE FLITSEN

 

 

SLOTWOORD

 

Een van de subtiele wonderbaarlijke aspecten die voortkomen uit de tewāfuqāt in de Koran is het volgende:

 

In de Koran bedraagt het totale aantal van de Namen Allah, Rahmān, Rahīm, Rab en het voornaamwoord Huwa (Hij), dat in plaats van de Naam Allah (ism al-djalāl) wordt gebruikt, iets meer dan vierduizend.

 

Ook de uitdrukking بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ komt, volgens de tweede vorm van de abdjad-berekening — namelijk volgens de alfabetische volgorde van de letters — eveneens uit op iets meer dan vierduizend. Aangezien bij grote aantallen kleine afwijkingen de tewāfuqāt niet verstoren, zijn deze kleine verschillen buiten beschouwing gelaten.

 

Verder bedraagt de uitdrukking الۤمۤ, samen met de impliciet inbegrepen voegletter wāw, iets meer dan tweehonderdtachtig (280). Dit komt precies overeen met het aantal keren dat de Naam Allah (ism al-djalāl) in soera al-Baqarah voorkomt, dat eveneens iets meer dan tweehonderdtachtig bedraagt, evenals met het aantal verzen van deze soera, dat ongeveer tweehonderdtachtig is. Bovendien komt dit, volgens dezelfde alfabetische abdjad-berekening, opnieuw uit op iets meer dan vierduizend.

 

Dit komt overeen met het aantal van de vijf bekende goddelijke Namen die boven zijn genoemd en — met buiten beschouwing laten van kleine afwijkingen — tevens met de numerieke waarde van بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ.

 

Op grond van dit geheim van tewāfuq is الۤمۤ een naam die datgene wat zij aanduidt in zich bevat. Het is zowel een naam voor soera al-Baqarah als voor de Koran, en vormt een beknopte inhoudsopgave van beide, hun samenvatting, hun essentie en hun kern, en tevens een samengevatte vorm van بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ.

 

Volgens de bekende abdjad-berekening heeft بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ dezelfde numerieke waarde als de Naam Rab. Indien de verdubbelde letter rā in الرَّحْمٰنِ الرَّحِيمِ als twee letters wordt geteld, bedraagt de waarde 990 (negenhonderdnegentig). Dit vormt een bron van vele belangrijke geheimen en is, met haar negentien letters, een sleutel tot negentienduizend werelden.

 

Tot de subtiele tewāfuq-patronen van de Naam Allah (ism al-djalāl) in de Wonderbaarlijk Welsprekende Koran behoort het volgende: in de gehele Koran staan tachtig vermeldingen van de Naam Allah aan het einde van de bovenste helft van een pagina precies tegenover elkaar; en in de onderste helft bevinden zich eveneens tachtig vermeldingen van de Naam Allah die elkaar op dezelfde wijze beantwoorden. Bovendien komt de Naam Allah precies in het midden van de laatste regel op verschillende pagina’s vijfenvijftig keer exact boven elkaar te staan, zodat zij als het ware één enkele Naam Allah vormen, samengesteld uit vijfenvijftig samenvallende vermeldingen.

 

Voorts staat aan het begin van die laatste regel een afzonderlijk, kort woord van drie letters, dat — samen met een onderbreking — vijfentwintig volledige tewāfuq-overeenkomsten vormt. Wanneer deze worden toegevoegd aan de vijfenvijftig in het midden, ontstaat opnieuw een totaal van tachtig tewāfuq-overeenkomsten, hetgeen overeenkomt met de tachtig in de eerste helft van de regel en de tachtig in de tweede helft ervan.

 

Kan zo’n subtiel, verfijnd, ordelijk, evenwichtig en wonderbaarlijk tewāfuq zonder betekenis en zonder wijsheid zijn? Zeker niet. Integendeel, met de sleutel van deze tewāfuq kan een belangrijke schat worden ontsloten.

 

رَبَّنَا لاَ تُؤَاخِذْنَاۤ اِنْ نَسِينَاۤ اَوْ اَخْطَاْنَا

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ